Het weerbeeld over Europa blijft enerzijds bepaald door een complex lagedrukgebied boven de oostelijke Atlantische Oceaan en anderzijds door een bastion van hogedruk boven Scandinavië. Dit hogedrukbastion blijft de komende periode gehandhaafd en zorgt voor een aanhoudende aanvoer van Arctische continentale lucht over grote delen van Centraal- en vooral Oost-Europa, evenals over het westelijke deel van Rusland. Deze zeer koude luchtmassa strekt zich de komende dagen verder uit tot over delen van Zuidoost-Europa. In grote delen van Europa, inclusief Oekraïne, vriest het de komende dagen overdag tot −10 à −15 graden en ’s nachts tot −20 à −25 graden. We zien overigens een duidelijke negatieve temperatuursanomalie over grote delen van oostelijk Scandinavië tot over grote delen van de Baltische regio en noordelijke deel van Oost-Europa met afwijkingen van 10 tot 20 graden.
Storingen, gekoppeld aan de straalstroom, trekken zeer zuidelijk en doen desgevallend landen in het Middellandse Zeegebied aan. Zo krijgen Portugal en, in mindere mate, Spanje opnieuw te maken met een zeer wisselvallig weerbeeld, waarbij diverse (actieve) storingen over het gebied trekken met soms intense regen en veel wind. Deze actieve depressies en bijhorende neerslagzones trekken vervolgens oostwaarts en beïnvloeden ook andere landen, zoals Italië en Griekenland. Aan de noordflank van deze neerslagzones, en zeker in de berggebieden, valt er periodiek sneeuw.
Over de rest van het Europese continent blijven de storingen door de invloed van de hogedruk weinig actief.
De evolutie van het weerpatroon is op termijn onzeker. Het zou kunnen, en diverse weermodellen suggereren dit, dat de zeer koude lucht over het noorden en oosten van Europa, uitbreiding kent naar het westen. In dat scenario zou ook in de Benelux het weerbeeld winters kunnen worden. Dit moet de komende dagen echter nog worden bevestigd.
Legende van de frontkaarten
Oranje visgraatlijn: "convergentielijn" => duidt een zone aan waar de wind aan de oppervlakte samenstroomt. Deze convergentie aan de oppervlakte wordt geassocieerd met verticale opwaartse bewegingen, die vaak aanleiding geven tot een buienlijn of onweer. De convergentie kan in verband worden gebracht met twee samenkomende windfluxen, elk vanuit een verschillende richting, of met de aanwezigheid van een luchtlaag die warmer en vochtiger is dan zijn omgeving (thermische vore of thermisch lagedrukgebied).
Zwarte stippellijn: "trog"=> veroorzaakt verticale opwaartse bewegingen en leidt vaak tot stortbuien en/of een intensivering van de onweersactiviteit. In een trog is meestal een buienlijn aanwezig.
Rode lijn met halve cirkels : "warmtefront" => aanvoer van warmere lucht die vaak aanleiding geeft tot de vorming van een wolkenzone, die gepaard gaat met neerslag. Het front omvat de grens tussen de aangevoerde warme lucht en de koude lucht waarvan hij de plaats zal innemen. De positie van de halve rode cirkels toont de richting van de verplaatsing van het warmtefront.
Blauwe lijn met driehoeken : "koudefront" => aanvoer van koudere lucht die vaak aanleiding geeft tot de vorming van een wolkenzone, die gepaard gaat met neerslag. Het front omvat de grens tussen de aangevoerde koude lucht en de warme lucht waarvan hij de plaats zal innemen. De plaatsing van de driehoekjes duidt de richting aan waarin het koudefront zich verplaatst.
Paarse lijn met driehoeken en halve cirkels : "occlusiefront" => resultaat van de fusie tussen een warmte- en een koudefront. In het algemeen beweegt een koudefront sneller dan een warmtefront. Het haalt het warmtefront in om een uniek wolkensysteem te vormen, dat vaak aan de bron van neerslag ligt.
Afwisselend rode/blauwe lijn : "stationair front" => stationaire grens tussen een koude en een warme luchtmassa. De warme lucht bevindt zich achter de rode halve cirkels en de koude lucht bevindt zich achter de blauwe driehoeken.
Achtergrondafbeelding
Vind je onze achtergrondafbeelding maar niks? Geen probleem. Hier kan je te allen tijde de achtergrondafbeelding aan- of uitschakelen.